Hugo Rompa, fotograaf

Hugo Rompa

Hugo was vier toen hij uit Indonesië naar Nederland kwam. Thuis klonk vooral klassieke muziek. Na de HBS wachtte het conservatorium, dat sprak voor zich. Klassiek gitaar werd het. Later speelde hij in een duo en gaf hij een serie concerten in de VS, daarna was hij klaar met de gitaar. Nu zijn dochter het conservatorium doet snapt hij waarom die gitaar toen weg moest. Muziek spelen was voor hem zwoegen in een harnas. Bij zijn dochter zwiert en zwaait de muziek, zij is vrij in haar muzikaliteit.

Een fototoestel geeft Hugo diezelfde vrijheid.

Hugo kreeg een fototoestel voor zijn 8ste verjaardag. Daarmee maakt hij in het begin vooral foto’s van zijn familie, op straat. De foto’s leken allemaal op elkaar.

Vers van de fotovakschool en nog voor het Google tijdperk maakte Hugo in opdracht gedetailleerde foto’s van woonwijken of bedrijfsterreinen in alle delen van Nederland. Zes jaar lang maakte hij foto’s met een 6 x 7 camera door het open raampje van een Cessna.

En hij werkte voor het jonge vrouwenweekblad de Viva. Productie draaien, want elke week kwam er een blad uit dat gevuld moest worden met tekst. En met foto’s! Hugo genoot ervan. Na een jaar stopte die opdracht. Het blad wilde wat anders dus ook een andere fotograaf. Zo gaan die dingen. Hugo heeft les gegeven op het Rietveld en de HKU. Al meer dan 30 jaar is hij docent bij Crea, de culturele organisatie van de Universiteit van Amsterdam. Het docentschap genereert extra inkomsten dat is fijn, maar hij heeft er vooral erg veel plezier van. Vroeger was fotograferen een rariteit, tegenwoordig maakt iedereen foto’s. Die enkele enthousiastelingen, vroeger, leerden technieken die eindeloos lang geoefend moesten worden. De donkere kamer was een wereld op zich. Urenlang sloten fotografen zich daar op. Tegenwoordig maken leerlingen tijdens de les foto’s die ter plekke beoordeeld worden. Diezelfde dag nog kunnen de leerlingen aan de slag met die aanwijzingen. Logisch dat de leercurves gigantisch zijn. Er is heel veel talent. Per minuut verschijnen 200.000 foto’s op internet.

Hugo doet portretten en fotografeert landschappen en interieurs. Hij werkt in opdracht en maakt korte series anders wordt het werk saai, zegt hij. Hij ziet werk op straat, een verbouwing, bijvoorbeeld. Van een renovatie maakt hij een fotografisch dagboek. Het gaat niet over de gedaantewisseling van een bouwput tot spannend hotel, het gaat over spelen met licht. Momenteel maakt hij een serie over haar. Hij kwam op het idee omdat zijn dochter haar eigen haar wilde doneren aan mensen die chemotherapie ondergingen. Haar inspireert hem. De serie groeit nog steeds en gaat inmiddels alle kanten op.

Hugo is geen vernieuwer, hij volgt ook geen trends. Hij maakt foto’s die hij mooi vindt. Hij zegt: “ik ben een ambachtsman. Ook al ben ik een digitale fotograaf, achteraf voeg ik niet veel toe”.  Bijna al het werk en tijd zit in het maken van de juiste shots, niet in de bewerking ervan zoals bij het latere werk van een fotograaf als David LaChapelle. Hugo maakt niet veel foto’s; hij drukt tien keer af en er zit een goede tussen.

Hugo houdt zich met vorm, minder met inhoud bezig. Techniek is essentieel als middel, niet als doel. Het gaat om weglaten. Men zegt “het is pas goed als alles klopt”. Wat betekent dat eigenlijk? Leg dat maar eens uit.

Kijk naar een foto van Hugo en dan snap je het. De foto is (meestal) scherp, niets in de compositie is wazig. Er is eenheid zonder dat je dezelfde dingen ziet. Elk onderdeel van de foto heeft zijn eigen verhaal. Je ziet details, grapjes, waarvan je denkt dat die speciaal voor de foto zijn aangebracht. Dat is niet zo. Het lijkt of een ploeg mensen weken bezig is geweest om de ideale opstelling te maken voor die unieke foto.  Maar dat klopt niet, alles wat je ziet, was er al en het is gewoon een willekeurige locatie. De wereld is mooi. Hugo laat ons zien hoe je er naar moet kijken. Kijken naar zijn foto’s, in het echt, niet op een computerscherm, beneemt mij de adem.